


Behalve het vroege (1938) gastenverblijf van zijn eigen abdij in Oosterhout en de ingrijpende uitbreiding en renovatie van zijn tweede tehuis, de Abdij Sint Benedictusberg te Vaals, in vijf bouwfasen (1956 – 1992) heeft Hans van der Laan zelf een beperkt aantal kloosters en woonhuizen ontworpen, die stuk voor stuk exemplarisch zijn voor zijn theoretische studies.
Voor de directe omgeving van het Belgische Waasmunster ontwierp hij in 1972-1974 de abdij Roosenberg van de Mariazusters van Sint Franciscus en verbouwde hij in het centrum van dezelfde gemeente enkele jaren later hun moederklooster, slechts met behoud van de neo-barokke kerk. En in dezelfde straat verrees nog een stadswoning met een besloten binnenhof.
In 1975, direct na Roosenberg maakte hij voor zijn goede kennis Jos Naalden het ontwerpplan voor een klassieke woning rond een hof, omzoomd door pijlerstellingen en met een kleine gelede zaalruimte als woonkamer. Deze woning is in 1978 juist buiten het centrum van het Brabantse dorp Best gerealiseerd,
En tot slot ontwierp hij in 1986 voor Tomelilla, Zweden, twee Benedictijner abdijen, een voor zusters en een voor monniken. Het zusterklooster is inmiddels gerealiseerd en is in 1991, een maand na zijn overlijden, in gebruik genomen.